Introductie

Dit artikel biedt een risico management perspectief op een aantal recente Nederlandse vraagstukken rondom sociale zekerheid en brede welvaart. Lees verder voor een beschouwing waarin de risico’s benoemd worden die samenhangen met sociale zekerheid en de gevolgen die niet alleen maar in geld uit te drukken zijn.

De kans om in geldproblemen te komen voor huishoudens

In deze bijzondere Corona-periode lees ik veel nieuwsberichten over huishoudens die hun inkomen verliezen, en soms zwaar in de problemen komen. Recent nog op nu.nl. In reactie hierop meent de één dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor een buffer, de ander geeft aan dat niet iedereen dat kan opbouwen, ook wanneer het inkomen net genoeg is om de vaste lasten te betalen.

In een onderzoek uit 2018 van het Nibud blijkt dat 38% van de Nederlandse huishoudens moeite heeft om rond te komen. Dat zijn 2,6 miljoen huishoudens. Bovengemiddeld gaat het om de volgende samenstelling:

  • Alleenstaanden met kinderen
  • Huishoudens in een huurwoning
  • Uitkeringsgerechtigden, vooral mensen in de bijstand

Betalingsproblemen komen voor bij 1,35 miljoen huishoudens. Dat is één op de vijf van alle huishoudens en meer dan de helft van die 2,6 miljoen hierboven genoemd. Niet iedereen krijgt hulp om deze schulden op te lossen: 190.000 huishoudens staan er alleen voor. Het onderzoek wordt eens in de drie jaar uitgevoerd dus er zijn geen vergelijkbare cijfers over 2020 bekend. 

Man balanceert op touw.

Het SCP noemt een viertal groepen met een bovengemiddeld risico op armoede die redelijk overeenkomen met de lijst van het Nibud:

  • Alleenstaanden
  • Leden van eenoudergezinnen
  • Migranten
  • Mensen met een laag opleidingsniveau

Het SCP verwacht dat ZZP’ers en andere werkenden met flexibele uren sneller in geldproblemen zullen komen wanneer hun uren door economische omstandigheden verlaagd of zelfs geheel geschrapt worden. Zij kunnen soms (pre-corona) geen buffer opbouwen omdat ze überhaupt niet genoeg verdienen om boven de armoedegrens uit te komen, of worden niet adequaat gecompenseerd door de sociale zekerheid. ZZP’ers met een hoog inkomen hadden (pre-corona) wel de mogelijkheid om een buffer op te bouwen. 

Het SCP geeft ook aan dat de achterstand die kwetsbare groepen op de arbeidsmarkt hebben nog verder kan oplopen. Dat is vaak te wijten aan een flexibel contract/flexibele contractduur. Die angst leeft ook daadwerkelijk in de samenleving: in een recent onderzoek geeft 45,6% van de ondervraagde ZZP’ers en uitzendkrachten aan bang te zijn het inkomen grotendeels te verliezen. Samenvattend: er zijn een aantal groepen in Nederland die een bovengemiddeld hoog risico hebben om hun werk te verliezen en ondanks dat ze werken, niet of nauwelijks een buffer kunnen opbouwen om dit verlies op te vangen.

Mistige weg
De repressieve beheersmaatregel tegen geldproblemen: sociale zekerheid in Nederland

Het Parool meldt in april dit jaar dat het aantal aanvragen voor bijstand is verdrievoudigd. Dit was in het begin van de lockdown. Het AD meldt dat het aanvragen van bijstand expres lastig wordt gemaakt door de gemeenten die hier verantwoordelijk voor zijn. Hun bron, Sociaal Verhaal, meldt dat er gemeenten zijn die bijvoorbeeld veel documentatie eisen of verzwijgen dat een voorschot op een uitkering ook mogelijk is.

In Nederland kennen we verschillende vormen van sociale zekerheid voor allerlei groepen: WIA: WGA en IVA, de WAO, WW, ZW, AOW, Wlz, ANW, AKW, Wajong en daarbij nog een aantal regelingen die gelden voor oudere gevallen. Ook hebben we huurtoeslag, zorgtoeslag, kinderopvangtoeslag en het PGB. Vooral op de WW zal momenteel een groot beroep worden gedaan. Een ingewikkeld stelsel waarin niet iedere burger haar weg kan vinden om de juiste hulp te krijgen, maar waar ook soms op grote schaal fraude mee wordt gepleegd. 

Deze regelingen worden door voortschrijdend inzicht of kabinetsonderhandelingen regelmatig aangepast en ieder jaar werken de uitvoeringsinstanties de Belastingdienst, het UWV en de SVB zich drie slagen in de rondte om de wijzigingen van het kabinet te implementeren. Dit kost ook de nodige arbeidskrachten (zowel intern als extern). Potentieel gemaakte fouten en het herstellen ervan idem. Zo werd er vorig jaar zelfs een parlementaire enquête aangevraagd om onderzoek te doen naar de problemen bij deze instanties. Het Friesch Dagblad becommentarieerde deze stap en meldt dat de haalbaarheid van nieuwe regels vaak het onderspit moet delven tegenover coalitiebelangen en politieke wenselijkheid.

De impact van armoede

Irene van den Berg (financieel journalist) schreef in april 2019 een column over kinderarmoede – die niet bestaat, want de ouders zijn arm, de kinderen niet – en noemde o.a. het basisinkomen als idee om dit aan te pakken. Ook schreef zij over het fenomeen dat mensen met geldzorgen niet slim met hun geld omgaan. Ze baseert zich op onderzoeken die verbanden zien tussen financiële stress en de capaciteit kennis en informatie op te nemen en te verwerken.

Hersenen

Een van de effecten van de impact van armoede op kinderen waar van den Berg over schrijft is dat hun amygdala, die stress en emoties regelt, en de hippocampus, die het geheugen, leren en stress regelt, op zwakkere wijze verbonden leken met andere hersengebieden. Oftewel, deze financiële stress remt de hersenontwikkeling, waarmee deze groep een achterstand oploopt waar ze niets aan kunnen doen. Dit onzichtbaar risico laat zich lastig meten in geld, maar heeft wel degelijk impact op een grote groep mensen.

Ook wordt armoede genoemd als één van de factoren die jeugdcriminaliteit vergroot. Het verhoogd de kans dat een kind vroegtijdig zonder diploma school verlaat, ook wanneer ze prima het vereiste niveau kunnen halen. Ook andere aspecten omtrent gezondheid komen in het gedrang door armoede: overgewicht, meeroken, gebrekkige hechting en kindermishandeling worden als gevolgen genoemd. In het algemeen kan gesteld worden dat een gebrek aan geld in de jeugd nog jaren later negatieve gevolgen kan hebben.

Zekerheid van werk als aanvullende (preventieve) beheersmaatregel

Baanzekerheid en inkomenszekerheid zijn termen die regelmatig voorbij komen en als streven worden genoemd om bijvoorbeeld onzekerheid, ongelijkheid en/of armoede aan te pakken. Het verschil: baanzekerheid beperkt zich tot één werkgever, inkomenszekerheid niet. Dus met baanzekerheid heeft een werknemer misschien wel de garantie van een inkomen (al dan niet meestijgend met inflatie) maar werkplezier, uitdaging en ontwikkeling worden hierbij niet genoemd. 

Rabobank riep recent op om in baanzekerheid te investeren. Echter, met de opmerking erbij dat niet alle banen per sé behouden moeten blijven (wat gebeurt er met banen die overbodig worden, of waar tijdelijk minder behoefte aan is, bijv. seizoensgebonden werk), en dat mogelijkheden tot om- en bijscholing belangrijk zijn. Omscholing, en het gebrek hieraan, wordt ook door het SCP genoemd als een belangrijke factor om het risico op armoede te beperken.

Gloeilamp
Het basisinkomen als ultieme oplossing

Al jarenlang woedt een maatschappelijke discussie over het wel of niet invoeren van een basisinkomen. Dit basisinkomen zou volgens sommigen hét antwoord zijn voor de eerder genoemde onzekerheid, ongelijkheid en/of armoede. Ook zou het veel regelingen vanuit de overheid kunnen vervangen waarmee het systeem simpeler (en wellicht goedkoper in uitvoering) kan worden.

Kort uitgelegd: het basisinkomen is een periodiek uitgekeerd en vrij besteedbaar bedrag voor iedere burger, dat voldoende is om volwaardig van te leven, zonder dat daar een verplichting tegenover staat en ongeacht het inkomen, vermogen of de samenstelling van het huishouden. In tegenstelling tot de huidige regelingen zitten er geen voorwaarden aan vast, zoals werkeloosheid. En staat er geen tegenprestatie tegenover, zoals bijvoorbeeld de sollicitatieplicht.

Tegenstanders van dit idee werpen drie negatieve uitkomsten op:

1.   Mensen zouden minder gaan werken

2.   Het is te duur

3.   De welvaart kan achteruit gaan (dit wordt volgens hen veroorzaakt doordat met name nu parttime werkende vrouwen stoppen met werk terwijl hun partner wel blijft werken)

Voorstanders noemen zeven positieve uitkomsten:

1.   minder ongelijkheid

2.   minder armoede

3.   minder kindersterfte

4.   lagere gezondheidskosten

5.   minder criminaliteit

6.   betere schoolresultaten

7.   economische groei

Ook hebben zij een aantal succesvolle experimenten aan hun kant (zie ook Gratis geld voor iedereen van Rutger Bregman ).

Leeg notitieboek
Conclusie

Terecht worden er vragen gesteld over het huidige systeem van sociale zekerheid en welvaart. Kan het niet beter/slimmer/goedkoper, en zo ja hoe? Ik wil graag verder kijken dan de discussie van voor- en nadelen, of stapsgewijze aanpassingen die een huidige systeem alleen maar moeilijker maken en regeling op regeling stapelen. Waarom niet leren van het verleden, beginnen op een blanco vel waarop de risico’s en randvoorwaarden vaststaan en daarbinnen de creativiteit de vrije hand geven? Een kort begin:

1.   Een ingewikkeld en moeilijk te begrijpen sociaal zekerheidsstelsel vergroot de kans op fouten en fraude.

2.   Financiële instabiliteit van huishoudens werkt stress, ongezonde ontwikkeling van kinderen en criminaliteit in de hand.

3.   Wisselende overheidsinkomsten maken de betaalbaarheid en beheersbaarheid van het sociale zekerheidsstelsel onzeker.

4.   Een evenwichtig, evenredig, eerlijk en waterdicht systeem ontwerpen en implementeren dat door alle betrokkenen ook als zodanig wordt ervaren is bijzonder lastig, zo niet onmogelijk. Enige uitval zou acceptabel moeten zijn.

5.   Sommige gevolgen (positief en negatief) zijn lastig in geld uit te drukken. Bijvoorbeeld minder inbraken, of niet het gevoel hebben dat je je hand ophoudt voor een uitkering.

N.b. dit artikel is al eerder gepubliceerd via Linkedin.com op 9 september 2020. Beeldwerk via Unsplash.

Plaats een reactie