In mijn serie over risico beoordeling heb ik uitgelegd hoe de meeste organisaties dit aanpakken. In de vierde post in deze serie stel ik een andere methode voor die afwijkt van de goed ingeburgerde risico management methode: de kans en impact van een risico scoren op een (gekwantificeerde) schaal van 4 of 5. Niet iedereen kan hiermee uit de voeten, het absoluut inschatten van de kans of impact is lastig voor veel mensen. Binnen scrum hebben ze allang door dat dit niet optimaal is en ze zijn daarom fan van relatief schatten. Scrum.nl legt uit waarom:
Als voorbeeld, wij kunnen heel slecht inschatten hoeveel een auto weegt en hoeveel een scooter weegt in kilo’s. Of een ander voorbeeld: als wij twee torens zien, dan zien wij in een oogopslag dat de ene toren twee keer zo hoog is als de andere. Maar hoe hoog elke toren nu precies is in meters, dat kunnen wij heel slecht inschatten. In andere woorden: absoluut schatten kunnen wij slecht, maar relatief inschatten kunnen we weer wel goed.
Praktische toepassing
Ik vroeg me af, waarom zou dit niet voor risico’s kunnen werken? Hoe dat in z’n werk gaat:
1. Je inventariseert al je risico’s (zoals je normaal ook zou doen)
2. Vervolgens schat je ze niet op schaal, maar relatief ten opzichte van elkaar. Dus een risico met een hogere kans komt hoger in de lijst, of krijgt juist een hoger cijfer, net welke volgorde jij graag wilt. Je hoeft zo niet te discussiëren of het nou 3 of 4 is, je hoeft alleen te bedenken of het groter of kleiner is dan een ander risico. Als je kans en impact schat heb je hierna dus twee lijstjes.
3. Je telt de scores bij elkaar op om tot een risico score te komen (vermenigvuldigen kan ook). De risico’s met de hoogste/laagste score zijn degenen waar je de meeste aandacht aan moet besteden. Een voorbeeld (ik koos voor hoe hoger de kans/impact, hoe hoger de score):
| Risico | Kans | Impact | Score |
| Storm | 1 | 5 | 6 |
| Inbraak | 3 | 2 | 5 |
| Brand | 4 | 4 | 8 |
| Verval | 5 | 2 | 7 |
| Daling waarde | 2 | 3 | 5 |
De risico’s brand en verval hebben de hoogste eindscore en zijn daarmee de risico’s waar ik het meeste aan moet doen. Het kan zijn dat jij inbraak bijvoorbeeld hoger zou scoren op impact: daarmee verandert dan ook je eindscore. Het blijft een persoonlijke inschatting: ik raad daarom altijd aan dit met meerdere mensen te doen, vooral in organisaties met meerdere personen. Hiermee creëer je een gedragen score die de gemiddelde inschatting goed weergeeft.

Heb je voldoende maatregelen genomen tegen brand (zoals brandwerende materialen en rookmelders) en verval (bijvoorbeeld een onderhoudscontract met een aannemer)? Beoordeel de risico’s dan nog een keer, waarbij je de kans en impact scoort mét inachtneming van de genomen maatregelen. Bungelen ze onderaan je lijstje? Dan is de inschatting dat ze goed werken. Logischerwijs komen 2 of 3 andere risico’s ineens hoog te staan: die score is niet ineens anders, maar relatief gezien wel gestegen t.o.v. de beheerste risico’s. Schrik hier dus niet van.
Een laatste tip voor deze toepassing: zorg ervoor dat je top van risico’s niet te groot wordt: heb je bijvoorbeeld 14 risico’s geïdentificeerd, pak er dan 3, maximaal 5 tegelijk aan. Hiermee kun je focus aanbrengen en en die kleine top écht goed beheersen, i.p.v. een top 10 die je maar half afdekt. Dat is zonde van je tijd en geld.

Meer mogelijkheden
Deze methode kan ook op een andere manier worden toegepast. In de hypothecaire markt (zowel voor eigen woningen als bedrijfspanden) wordt er veel maatwerk verricht. Vaak wordt een leningaanvragen opgesteld door een adviseur (intern of extern) en vervolgens beoordeeld door een interne kredietanalist (soms risk analist genoemd). Mijn ervaring is dat de aanpak van beoordeling enorm kan verschillen tussen analisten onderling.
Vaak is er geen standaard methode juist omdat het maatwerk betreft waarop geen standaard procedure toegepast kan worden. Waar de ene analist alleen maar kijkt naar voldoende zekerheden (zoals onderpanden, of borgstellingen, ongeacht de verdere inhoud van de aanvraag) kijkt de ander naar alle aspecten en geeft pas akkoord als alle aspecten op z’n minste afdoende zijn. Het voordeel hiervan is dat elke aanvraag een maatwerk analyse krijgt, het nadeel is dat de uitkomst zeer afhankelijk is van welke analist de beoordeling doet.

Relatief schatten kan een tussenweg bieden tussen volledige vrijheid en een standaard procedure. Dit kan in een aantal stappen:
1. Stel van te voren een aantal aspecten vast die in elke aanvraag voorbij komen en waar een risico aan kleeft. Voorbeeld: inkomen van de aanvrager (type, bestendigheid, hoogte tov lasten/LTI etc), locatie onderpand, type onderpand, toepassingsmogelijkheden onderpand, onderhoudsstaat onderpand, overige zekerheden (zoals een borgstelling of verpanding van huurinkomsten), hoogte gevraagde lening tov geschatte waarde onderpand (LTV in vakjargon), looptijd rentevaste periode etc.
2. Stel een standaard formulier op waarop elke beoordeling ingevuld moet worden waarin ruimte is voor een maatwerk beoordeling.
3. Laat elke beoordeling starten met een relatieve risico-inschatting van alle aspecten m.b.t. de specifieke leningaanvraag. Hierin worden de aspecten opgesomd bij #1 relatief t.o.v. elkaar geschat waarbij de hoogste risico bovenaan komt. En stel dan als regel dat bijvoorbeeld bij een lijst van 15 aspecten, de bovenste 5 uitgebreid beoordeel moeten worden, aangezien die het grootste risico vormen bij deze specifieke aanvraag.
Het voordeel van deze methode is dat er een standaard methode is waarop elke analist beoordelingen uitvoert, tegelijkertijd blijft er veel bewegingsruimte over om een maatwerk analyse af te leveren die toegespitst is op de individuele aanvraag.
Tot slot
Ik ben benieuwd hoe jij erover denkt. Zie jij mogelijkheden voor relatief schatten in jouw werk? Laat het weten!