Al jaren op mijn wil-ik-nog-eens-doen-lijstje, en nu aan toe gekomen: ik heb het boek De ideale redenaar gelezen, geschreven door M. Tullius Cicero en gepubliceerd in 55 B.C. Bij de meeste mensen bekend onder alleen zijn bijnaam Cicero (zie hier voor uitleg over Romeinse namen). Het geldt nog steeds als één van de standaardwerken over openbaar spreken en dat terwijl het boek ruim 2000 jaar oud is.

Recent heb ik ook een ander boek gelezen en er vielen mij een aantal overeenkomsten op. Zou er dan zo weinig veranderd zijn? Dit bespreek ik in de blog van vandaag.

Over het boek, Cicero zelf en zijn schrijfstijl

Cicero gold in zijn tijd als onovertroffen redenaar (openbaar spreker). Hij bekleedde meerdere openbare ambten (magistraten) en nam zitting in de senaat waar hij vaak sprak. Ook verdedigde hij individuele personen voor de rechtbank in Rome. Hij schreef dit boek om zijn mening over wat de ideale redenaar is, wat hij kan en hoe hij dat kan bereiken in het openbaar te brengen (vrouwen waren geheel uitgesloten van openbare functies). Gezien zijn reputatie en wapenfeiten wist hij waar hij het over had.

Romeins quaduct
Foto door Gary Spears op Pexels.com

Cicero schreef het boek in drie delen en laat andere mannen aan het woord. Hij geeft een (fictief) gesprek weer dat in 91 B.C. zou hebben plaatsgevonden tussen een aantal zeer vooraanstaande sprekers uit hun tijd en een tweetal jongere mannen die graag meer willen leren over het openbaar spreken. De vertalers hebben een uitgebreide inleiding toegevoegd om de Romeinse maatschappij toe te lichten en plaatsten in de tekst uitleg en kanttekeningen om bepaalde uitspraken en andere details toe te lichten. Niet alles is goed te vertalen, of heeft wat extra (achtergrond) informatie nodig.

Cicero heeft een vrij ingewikkelde schrijfstijl die behoorlijk afwijkt van de teksten die wij in onze huidige tijd gewend zijn. Hij schrijft (voor mijn gevoel) zeer omwonden, met veel bijzinnen en veel tekst. Zijn zinnen (van hoofdletter tot punt) zijn dan ook zeer lang en dat maakt het lezen lastig (zie de citaten verderop voor een beeld, dit zijn twee zinnen!). Het is geen boek dat je makkelijk even oppakt en lekker ontspannend kunt lezen. Overigens bevat het tweede deel van het boek hier minder van: het was voor mij het beste te lezen, mede doordat hij het onderwerp humor hierin bespreekt en veel voorbeelden noemt. Die voorbeelden zijn nu nog steeds humoristisch!

Paraleltrekking met huidige inzichten

Een paar dagen voordat ik aan Cicero begon, heb ik het boek Manipuleren kun je leren van Frank van Marwijk gelezen. Dit klinkt heel negatief, van Marwijk geeft een aantal voorbeelden waaruit blijkt dat manipuleren niet alleen door secreten en psychopaten wordt toegepast. In dit boek zag ik al wat overlappingen met spiegelen (waar ik volgens mij in de boeken van Berthold Gunster over heb gelezen), een term die van Marwijk later in het boek zelf ook noemt. Cicero noemt hij daarentegen niet, terwijl ik wel een sterke overeenkomst ben tegengekomen.

Op zich is het niet vreemd dat mensen die zich vanuit hun professie bezighouden met het beïnvloeden van andere mensen, tot eenzelfde conclusie komen. Al helemaal niet als ze elkaar nooit ontmoet hebben. Het versterkt wel de claim dat een boek van 2000 jaar oud nog steeds zeer nuttig kan zijn en de moeite waard is om te lezen. Zo worden de boeken van Sun Tzu en Caesar (Gaius Julius Caesar, tijdgenoot, politiek tegenstander en persoonlijke vriend van Cicero) ook nog steeds gelezen om meer te leren over militaire strategieën.

schaakbord met stukken
Foto door Gladson Xavier op Pexels.com

Zowel Cicero als van Marwijk bespreken de invloed die je als spreker kunt uitoefenen op de emotie van je toehoorder. Cicero spitst het toe op een rechtszaak (en in het bijzonder de rechter en jury), van Marwijk betrekt het op collega’s en/of leidinggevenden. Om de paralellen te illustreren geef ik eerst een voorbeeld uit Cicero’s boek om deze daarna te vergelijken met van Marwijk.

In zijn tweede gesprek (het tweede deel van het boek) bespreekt Cicero de verschillende emoties die opgewekt kunnen worden bij toehoorders. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ethos (het zo fortuinlijk mogelijk presenteren van de eigen zaak of beklaagde) en pathos (het beïnvloeden van de emoties van de toehoorders). Ik haal hierbij vooral de pathos aan, en Cicero zegt het volgende:

Werkelijk, ik heb nooit door mijn woorden bij rechters verdriet of medelijden of nijd of haat willen opwekken zonder dat ikzelf bij het beïnvloeden van die rechters aangegrepen werd door dezelfde gevoelens die ik hen wou bezorgen. Je bereikt immers niet gemakkelijk dat de rechter woedend wordt op je tegenstander, als jijzelf een laconieke indruk maakt; of dat hij deze gaat haten, als hij niet eerst bij jouzelf gloeiende haat geconstateerd heeft; of dat hij tot medelijden bewogen wordt, als jij hem niet door je woorden en gedachten, door je stem, je gelaatsuitdrukking, ja zelfs door je tranen de tekenen van je eigen verdriet hebt getoond!

M. Tullius Cicero, de Ideale redenaar, Athenaeum – Polak & van Gennep, 2,189

Hierin wordt uit eigen ervaring geput hoe het correct opwekken van pathos werkt: je moet het zelf voelen, anders werkt het niet. Van Marwijk geeft eenzelfde advies in hoofdstuk 2; van pagina 25 tot en met pagina 34 bespreekt hij dat het veinzen van de juiste emotie mensen over de streep kan trekken en dat emoties aanstekelijk zijn. Je kunt dus iemand laten voelen wat jij voelt, wat je hen dus wílt laten voelen. Wat je laat zien (gezichtsuitdrukking, handgebaren etc.) is sterker dan wat je zegt. Komt het niet overeen, dan geloof men je niet en komt je betoog minder sterk over.

Vrouw toont verschillende emoties
Foto door Andrea Piacquadio op Pexels.com

Cicero gaat verder in zijn boek in op specifieke emoties. Over medelijden zeg hij het volgende:

Medelijden, ten slotte, wordt opgewekt, indien men de toehoorder zover kan krijgen dat hij de misère van de aan ander op zijn op zijn eigen omstandigheden betrekt, in de vorm van bittere ervaringen uit zijn verleden of angstige zorgen voor zijn toekomst, zodat het zien van die andere hem voortdurend aan zichzelf herinnert. En van alle gevallen van menselijke ellende, die stuk voor stuk diepe indruk maken als ze aangrijpend worden verteld, wekt de teneergeslagen en vertrapte deugd toch wel het meeste medelijden.

M. Tullius Cicero, de Ideale redenaar, Athenaeum – Polak & van Gennep, 2,211

Cicero raadt hier aan om ervoor te zorgen dat de toehoorder zichzelf herkent in de situatie van de beklaagde en daarmee medelijden krijgt. Oftewel, zichzelf kan spiegelen aan en herkennen in een ander. Van Marwijk besteedt hier een hoofdstuk aan (nummer 8). Hij zegt letterlijk:

Hoe sterker jij iemand nabootst, hoe meer hij je zal waarderen en hoe beter jullie elkaar begrijpen.

Frank van Marwijk, Manipuleren kun je leren, Haystack, pagina 95

Conclusie

Beide schrijvers geven dus nagenoeg hetzelfde advies, hetzelfde beide vanuit een iets anders context. Van Marwijk schrijft zijn adviezen wat toegankelijk op en plaatst ze in voorbeelden situaties van de huidige tijd. Cicero spitst zich vooral toe op rechtszaken, en toch blijven zijn adviezen relevant wie iedereen die in het openbaar spreekt, vergaderingen bijwoont of in het algemeen meer gedaan wilt krijgen. Ik vind het bijzonder om te zien dat menselijke gemeenschappen en interacties helemaal niet zo veel veranderd zijn in 2000 jaar.

Plaats een reactie