In de (westerse) wereld zijn grofweg twee verschillende bestuursmodellen in gebruik: het Angelsaksische model en het Rijnlandse model. Ik heb onder beide modellen gewerkt en leg vandaag aan je uit wat de verschillen zijn en hoe ik dit ervaren heb.
Het Angelsaksische model
Binnen het bedrijfsleven worden met de twee modellen vooral besturingsmodellen bedoeld: ze ontlenen hun origine echter aan maatschappelijke modellen. Wikipedia legt het als volgt uit:
Het Angelsaksische model is de naam van het maatschappelijke systeem dat met name in het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten in gebruik is. Bij dit systeem staan liberale waarden als zelfredzaamheid, particulier initiatief, marktwerking, vrijheid en een beperkte sociale zekerheid centraal. De overheid geeft prioriteit aan een goed ondernemingsklimaat: loonvorming wordt aan de markt overgelaten en een flexibele arbeidsmarkt geeft impulsen aan de werkgelegenheid. Regulering wordt indien mogelijk tot een minimum beperkt om het ondernemingsklimaat niet in de weg te zitten en overheidskosten laag te houden.
Bron: wikipedia

Als we vervolgens inzoomen op de Angelsaksische besturingswijze van een organisatie zien we een aantal overeenkomsten. Het Angelsaksische model kent maar één bestuur (board), waarin zowel uitvoerende als niet-uitvoerende leden zitten (executives en non-executives). Beide soorten bestuurders vergaderen dus altijd samen, en nemen beslissen samen. Vaak heeft ieder ook dezelfde zwaarte als het op stemmen aankomt. In het Angelsaksische model heeft een niet-uitvoerende bestuurder vaak meer en recentere informatie dan bij het Rijnlandse model, omdat ze zo dikwijls betrokken zijn bij de gang van zaken. Toezicht uitvoeren is hierbij wat moelijker, omdat ze zelf meestemmen over de beslissingen.
De nadruk ligt vooral op de aandeelhouders en hun wensen/baten. Een positief ondernemersklimaat waarbij veel vrijheid wordt gegeven aan bedrijven en waarbij aandelen makkelijk en goedkoop van eigenaren kunnen wisselen, is belangrijk voor dit model. Vijandige overnames zie je dan ook wat vaker bij dit model. Voor meer details, zie wikipedia.
Het Rijnlandse model
Het Rijnlandse model wordt vaker op het vasteland van Europa toegepast, wat al te zien is aan de naam. Wikipedia legt het maatschappelijk systeem als volgt uit:
Het Rijnlands model is de naam die gebruikt wordt voor een systeem van maatschappelijke ordening. Het Rijnlands model veronderstelt een overheid die zich actief bezighoudt met zaken als milieu, ruimtelijke ordening, onderwijs en sociale vraagstukken. Er zal dus een grote publieke sector zijn en relatief veel regulering. Daar dit geld kost zal ook de belastingdruk relatief hoog liggen. Hier staat tegenover dat er veel voorzieningen voor de minderbedeelden bestaan en dat veel overheidsvoorzieningen goedkoop of gratis zijn.
Dit komt het duidelijkst tot uitdrukking in het onderwijs. De overheid probeert te verzekeren dat iedereen toegang heeft tot kwalitatief hoog onderwijs. De collegegelden zijn relatief laag en de kwaliteit is van constant niveau. Dit staat in tegenstelling tot de Angelsaksische landen waar zowel prijs als kwaliteit per universiteit sterk kunnen variëren.
Bron: wikipedia
Het bestuursmodel van Rijnlandse ondernemingen wordt gekenmerkt door een scheiding van het bestuur: de RvB, raad van bestuur, en de RvC, raad van commissarissen. De uitvoerende bestuurders zitten in de RvB, de toezichthoudende bestuurders (dus niet-uitvoerend) zitten in de RvC. De RvB komt redelijk vaak samen (elke week is niet ongebruikelijk) en werkt vaak op dezelfde locatie. De RvC daarentegen wordt bijvoorbeeld elke maand, elke 6 weken of elk kwartaal geïnformeerd door de RvB en kan op die moment invloed uitoefenen, door bijvoorbeeld bepaalde voorstellen goed- of af te keuren, een audit aan te vragen of zelfs een RvB-lid te ontslaan.

Nadeel hiervan is, dat RvC leden vaak minder betrokken zijn bij de dagelijkse gang van zaken, en daardoor een informatie achterstand kunnen hebben. Ook zijn ze minder bekend met de individuele medewerkers van een organisatie, waar ze eventueel informatie vandaan zouden kunnen halen. Voordeel is dat er een duidelijk scheiding is tussen de twee raden, waarmee toezicht een stuk makkelijker wordt.
Het Scandinavisch model
Volgens Wikipedia bestaat er nog een derde maatschappelijk model, namelijk het Scandinavisch model. Dit is niet een duidelijk omschreven model zoals de twee hierboven, maar wordt door ieder land anders ingevuld. Er wordt geen melding gemaakt van een bestuursmodel op basis van deze maatschappelijk inrichting. De belangrijkste kenmerken:
Deze bijzondere aanpassing van de gemengde markteconomie wordt gekenmerkt door welvarende landen (in vergelijking met andere ontwikkelde landen), die specifiek zijn gericht op het verbeteren van de individuele autonomie, het waarborgen van de universele beschikbaarheid van de fundamentele mensenrechten en de stabilisering van de economie. Het onderscheidt zich van andere welvarende landen met dezelfde doelen door de nadruk op het maximaliseren van de arbeidsparticipatie, de bevordering van gendergelijkheid, egalitaire en uitgebreide uitkeringen, grote omvang van de herverdeling, en liberale gebruik van expansief fiscaal beleid.
Bron: wikipedia

Mijn ervaring
De meeste bedrijven waar ik heb gewerkt volgen het Rijnlandse model, dit geldt overigens voor verreweg de meeste Nederlandse bedrijven. Ik heb twee jaar onder het Angelsaksische model gewerkt, wat niet enorm is maar wel genoeg inzicht heeft gegeven. Een paar verschillen zijn mij wel duidelijk geworden, maar voor het dagelijkse werk van de meeste werknemers veranderd er – in mijn ervaring – eigenlijk niet zo veel.
Het grootste verschil zit ‘m in de aanwezigheid en bemoeienissen van de non-executives. Als er één bestuur is, is iedereen bijna altijd aanwezig bij vergaderingen. Zo wordt bijvoorbeeld beleid niet als hamerstuk aan de RvC overgedragen, maar wordt er inhoudelijk over gediscussieerd. Door hun aanwezigheid kan de afstand tussen bestuurder en werknemer ook veel kleiner wordt, ze komen elkaar immers tegen op de werkvloer en wonen soms dezelfde vergadering bij. Anderzijds zorgde hun aanwezigheid ervoor dat de aandeelhouders (via hun non-executives) bijzonder veel invloed kunnen uitoefenen op de bedrijfsvoering. Ik meende hierin een beperking in de bewegingsvrijheid van de uitvoerende bestuurders op te merken, maar of zij dat ook zo ervaren weet ik niet. Overigens heb ik ook in Rijnlandse bedrijven de RvC voorstellen van tafel zien vegen.
Wat ik miste in het Angelsaksische model is het toezicht. Er was eigenlijk niemand die als klankbord kan fungeren, of die kritische vragen stelde zonder dat daar goed of slecht functioneren aan gekoppeld werd. Dat is m.i. wel de toegevoegde waarde van het Rijnlandse model: de dagelijkse bestuurder heeft vrijheid om de onderneming te sturen, de commissaris houdt hierop toezicht en stuurt bij waar nodig. Voorwaarde is dan wel dat beiden bestuurders geschikt zijn voor hun taak: de een is goed in sturen en leiden, de ander stelt kritische vragen en laat zich niet leiden door de (beperkte) informatie voorziening. Ik merk dat mijn voorkeur dan ook naar dit model uitgaat, al sluit ik niet uit dat dat (deels) door gewenning komt.
