In 2020 gepubliceerd en ondertussen toe aan de derde druk, al heeft mijn bibliotheek er nog een mooie sticker met “nieuw” opzitten. Dit boek stond al een tijdje op mijn lijstje, maar ik was niet de enige en moest dus even de reserveringen afwachten. De ondertitel van het boek is waarom we steeds harder werken voor steeds minder, maar het had net zo goed een pleidooi voor een nieuwe maatschappelijke economie kunnen zijn.

Het boek leest goed weg en is niet al te dik. Het stroomt mee in de huidige berichtgeving die je steeds vaker voorbij ziet komen: tijdens de coronapandemie zijn de miljonairs miljardairs geworden en is de gewone mens zijn baan kwijtgeraakt. Waarom is het zo moeilijk om de welvaart niet iets eerlijker te verdelen, en waarom blijven we vasthouden aan oude patronen gedachten? De schrijvers pleiten voor een nieuwe inrichting en zijn daar redelijk succesvol in. Ze hebben niet overal een oplossing voor, en niet alles wat ze voorstellen is haalbaar, of wenselijk, maar ze stellen wel goede vragen. Ik raad het boek dan ook aan, of je nou econoom bent of niet. Ik ben 7 punten in het boek tegengekomen die me bijbleven en die ik hier kort bespreek.

Cover van het boek Fantoomgroei.
bron: fantoomgroei.com

1. De origine van erfpacht – Nooit geweten waar de erfpacht eigenlijk vandaan kwam, maar je leert nog eens wat. Erfpacht is bedacht om de stijging in waarde van onroerend goed te laten toekomen aan diegenen die deze gecreëerd hebben: de samenleving. Het idee was dat onroerend goed niet zozeer in waarde stijgt door aanpassing aan het pand, maar doordat de omgeving ontwikkeld wordt (denk aan ontwikkeling onderwijs, infrastructuur, horeca, werkgelegenheid etc.). Door het afdragen van erfpacht (je koopt het huis, maar niet de grond, die pacht je van de gemeente) draagt je een deel van de te behalen winst af. Veel erfpacht is tegenwoordig eeuwigdurend afgekocht, wat te zien is aan de huizenprijzen en de overwaarde die veel mensen nu bij verkoop behalen. Maar die overwaarde wordt behaald doordat a. de economie goed draait, b. de rente historisch laag staat en c. populaire gebieden sterk zijn ontwikkeld. Ook zwaar verpauperde huizen gaan voor hoofdprijzen van de hand. Is deze winst dan wel eerlijk? En wie betaalt deze uiteindelijk?

2. De beurs is geen positief instrument: het is een winstafromer voor de rijken – volgens Bernstein (2015) en Mason (2015), de twee bronnen aangehaald door de schrijvers, lopen investeringen en innovatie hand in hand met buybacks (het terugkopen van de eigen aandelen), maar dan wel op negatieve manier. Naar de beurs betekent focus op korte termijn doelstellingen (lees dividend voor de aandeelhouder) i.p.v. de lange termijn doelstellingen (zoals innovatie). Het gekke is dat bedrijven vaak beurswaardig kunnen worden door gebruik te maken van publieke voorzieningen en het harde werken van werknemers. Sommige bedrijven lenen zelfs geld bij banken om maar meer aandelen te kunnen terugkopen; hoe minder uitstaande aandelen, hoe meer dividend per aandeel en hoe hoger de beurskoers. Doet het goed in de krant, maar voegt totaal geen waarde toe.

Computer met grafieken.
Foto door Serpstat op Pexels.com

3. Vermenging van politiek en het grootbedrijf – hoe kan de politiek als onafhankelijke macht goed functioneren als er doorlopend een uitwisseling is van personen? Wouter Bos, Gerrit Zalm en Jan-Peter Balkenende zijn na hun politieke carrière allemaal in het bedrijfsleven aan de slag gegaan (en niet als toezichthouder), Mark Rutte deed het precies andersom. Ook waren er detacheringsprogramma’s tussen Economische en Buitenlandse zaken met Shell. Heel handig voor de lobbyisten, een ingang is dan zo gevonden. Toen ik mijn opleiding internal audit volgde, werd er veel aandacht besteed aan ethiek, objectiviteit en onafhankelijkheid. Misschien moet Den Haag terug naar de schoolbanken.

4. Het BNP en de vele tekortkomingen – het Bruto Nationaal Product (de waarde van alles wat er door Nederlandse (rechts)personen wordt geproduceerd in één jaar) komt voor uit de tweede wereld oorlog. Handig om te meten hoe goed de oorlogsmachine draait, maar niet handig om te meten hoe goed het gaat met een lang. En wat is goed? In Doughnut Economy (Nederlandse versie) wordt goed omschreven wat de voor- en nadelen van bepaalde activiteiten, in het BNP wordt dit geheel niet meegenomen. Maar waterverontreiniging, discriminatie, ziekte door roken e.d. hebben wel degelijk impact op ons welzijn. Het boek pleit dan ook voor nieuwe, aanvullende meetmethodes. Niet in de laatste plaats omdat het BNP uitgaat van groei die altijd doorgaat – en dat is letterlijk onmogelijk. De aarde met al haard grondstoffen is eindig, de groei dus ook.

5. In navolging hiervan: de schrijvers concluderen op basis van een aantal bronnen dat de werkelijke lonen van werkenden eigenlijk al jaren stilstaan. Vandaar ook de ondertitel. Men pakt door op de discussie rond de dividendbelasting. Het argument is dat bedrijven minder belasting nodig hebben om succesvol te zijn. De schrijvers stellen daar tegenover dat die bedrijven het blijkbaar, onder het huidige belastingregime, vaak bijzonder goed doen. Als die belastingen echt zo erg waren, dan waren die bedrijven er toch helemaal niet? Lage belastingen voor bedrijven zijn alleen maar goed voor de groei van het BNP, maar zegt nul komma nul over onze welvaart en kwaliteit van leven. Daarnaast – en dit voeg ik zelf toe – zijn er veel bedrijven die merken dat een korte werkweek tegen hetzelfde salaris dezelfde of een hogere productiviteit genereert. Met dezelfde belastingen. Dus wie is er gebaat bij veranderingen, en wie moet die veranderingen dan ondergaan?

Zes handen op elkaar.
Foto door fauxels op Pexels.com

6. Lang leven de coöperatie! De schrijvers halen een aantal bronnen aan waaruit blijkt dat coöperaties en hogere overlevingskans hebben. Daarnaast kunnen werknemers zichzelf vaak inkopen en werkt men oprecht samen, wat in tijden van neergang bijvoorbeeld betekent dat iedereen iets minder werkt tegen een lager salaris, waar ontslagen mee voorkomen worden. Wanneer het dan weer beter gaat, nemen ook de salarissen weer toe. Iedereen deelt in de magere én de vette jaren. Uiteraard zijn er ook coöperaties die het niet halen, maar de succesvolle verhalen hebben duidelijk de overhand. Ook lijkt het volledig haaks te staan op het korte termijn model van de nv.

7. De onzichtbare hand van Smith is al die jaren verkeerd begrepen – de schrijvers hebben het magnum opus van Adam Smith gelezen (ook die staat op mijn lijst). Smith noemt die hand namelijk maar één keer, toch wordt deze herhaaldelijk genoemd bij economische studies. Volgens de schrijvers waarschuwt Smith juist tegen de macht van industriëlen en moet de overheid, al dan niet met dwingende hand, deze macht inperken om te zorgen dat de gehele samenleving profiteert van groei, winst, vooruitgang.

Plaats een reactie